Drone dijkgebied 1600x400 header

Wietse van de Lageweg

Lector Building with Nature/Future Shores

Wietse van de Lageweg is als aardwetenschapper primair geïnteresseerd in fluviatiele, estuariene en kustsystemen. Deze omgevingen worden gekenmerkt door steeds veranderende patronen in stroming en sedimenttransport en complexe interacties met vegetatie en fauna. Hij maakt gebruik van een verscheidenheid aan benaderingen, waaronder stroomgootexperimenten, numerieke modellering en veldwaarnemingen om deze systemen beter te begrijpen en te voorspellen hoe veranderingen in deze omgevingen van invloed zijn op de samenleving. Wietse promoveerde in 2013 aan de Universiteit Utrecht. Zijn PhD-project richtte zich op de morfodynamica en sedimentaire architectuur van meanderende rivieren. Daarna werkte hij als postdoctoraal onderzoeksmedewerker bij het Department of Geography, Environment and Earth Sciences aan de University of Hull in Engeland. Zijn onderzoek richtte zich op de impact van klimaatverandering en aanpassing van kust- en fluviale systemen en maakte deel uit van het door de EU gefinancierde Hydralab+ project. Als onderdeel van stages in de Verenigde Staten en Nieuw-Zeeland bestudeerde hij ook de kustlijn-zandbalkkoppeling op het strand van Tairua in Nieuw-Zeeland en gebruikte hij het morfodynamische model Delft3D om hydrodynamica, sedimenttransport, morfodynamica en conservering van zand en modder in het estuarium van de Columbia River in Amerika te simuleren. In 2018 werkte Wietse als kustmorfologie-expert bij AnteaGroup Belgium. Met behulp van het kustlijnmodel UNIBEST-CL+ simuleerde hij kustlijnveranderingen na de aanleg van een mogelijke megasuppletie langs de Vlaamse kust.

Waterkerende landschappen
Water

Geen zee te hoog

Dit project benadert de ontwikkeling van waterveiligheidsstrategieën als een ruimtelijk vraagstuk waarbij we onderzoek doen naar het verbinden van gebiedsopgaven, toepassing van dijkconcepten gebaseerd op Bouwen met Natuur (BmN), en het ontwikkelen van maatschappelijk draagvlak voor ingrijpende landschapsveranderingen, aan de hand van vier onderzoeksvragen die zich richten op:

  • Ruimtelijke kwaliteit landschap en samenhang met draagvlak voor ruimtelijke strategieën;
  • Fysische en ecologische randvoorwaarden voor BmN-oplossingen en inpassing in ruimtelijke strategieën;
  • Drijvende krachten en barrières voor draagvlak via participatieve ontwerpprocessen;
  • Richtlijnen voor ontwikkeling van ruimtelijke strategieën, zowel voor het ruimtelijk ontwerp als het ontwerpproces.

Methoden
Het onderzoek wordt uitgewerkt voor de Westerschelde waarbij wordt geschakeld tussen twee ruimtelijke schaalniveaus: de Westerschelde (bekken-niveau) en living labs (op drie locaties). Een mix van methoden wordt toegepast waaronder surveys (Public Participation GIS), interviews, GIS-analyses, modellering van BmN meegroei-oplossingen (Delft3D-FM), en evaluatie van het ‘sociaal leerproces’ in research-through-design ontwerpateliers.

Resultaat
Het onderzoek resulteert in een methodiek/werkwijze die vanaf 2026 (na afloop van huidige Kennisprogramma Zeespiegelstijging) kan worden toegepast door publieke professionals in (bedijkte) kustgebieden.

Consortium
HZ University of Applied Sciences (penvoerder), Wageningen University, NIOZ, Natuurmonumenten, Provincie Zeeland, Rijkswaterstaat Zee en Delta, Waterschap Scheldestromen, Gemeenten Borsele, Hulst, Kapelle, Reimerswaal, Vlissingen. In de livings labs worden lokale stakeholders betrokken.