Prestatiedruk, hoge verwachtingen en social media staan bekend als onmiskenbare krachten die van invloed zijn op het mentaal welbevinden van studenten, maar Sybren Slimmen ontdekte dat er nog veel onbekend is over wat jongvolwassenen daarin echt ondersteunt en wat risico’s zijn.
Slimmen is onderzoeker bij het HZ-lectoraat Healthy Region en verdiept zich voor zijn promotieonderzoek aan de Open Universiteit in de mentale gezondheid van jongvolwassenen. We interviewden hem over zijn onderzoek en hoe de uitkomsten aanknopingspunten bieden voor de HZ.
Opvallend genoeg was mentale gezondheid niet altijd de focus van Slimmen. Na een studie Sportkunde aan de HZ en een master aan de universiteit in Maastricht, had hij een heel ander pad voor ogen. “Eigenlijk wilde ik altijd naar Defensie”, glimlacht hij. Die droom vervloog toen bleek dat hij door een pinda-allergie niet in de officiersopleiding mocht starten. “Dat was een mentale domper”, geeft hij toe. Uiteindelijk vond hij een andere roeping: onderzoek. Voor zijn afstudeerstage - over de invloed van buitenspelen op kinderen met ADHD - kwam hij terecht bij het lectoraat Healthy Region. In deze fase besefte hij hoe onderzoek levens kan verbeteren.
Tijdens de periode waarin hij in Maastricht zijn master Health Education & Promotion volgde, bleef hij in deeltijd voor het lectoraat werken. Van projectmedewerker ontwikkelde hij zich tot onderzoeker. Zijn werk is steeds meer in het teken komen te staan van gezondheids-, preventie- en leefstijlonderzoek.
Slimmen had en heeft ook een rol als docent; in het LLO (Leven Lang Ontwikkelen) ziet hij studenten voor cursorisch onderwijs en hij geeft lessen in de minor Vitale Samenleving. Het contact met studenten levert hem waardevolle inzichten op in hun dagelijkse worstelingen. Het was de bijzondere situatie tijdens de coronapandemie die hem deed beseffen wat de impact van minder sociaal contact is op het welbevinden van studenten. Het inspireerde hem om meer te willen weten over hoe een sociale omgeving het welzijn beïnvloedt.
"Op microniveau, dichtbij het individu, speelt een netwerk van familie en vrienden een rol in het welzijn"
Sociale omgeving
In het eerste onderzoek binnen zijn promotietraject keek Slimmen naar ‘coping’, een Engelse term voor het kunnen omgaan met de stress van het studeren. En de mate van coping kan worden beïnvloed door de sociale omgeving. Het tijdschrift ‘Social Sciences & Humanities’ publiceerde onlangs zijn systematic review over de beïnvloedende factoren met als titel: ‘A socio-ecological approach of evidence on associations between social environmental factors and mental health outcomes of young adults’.
Dat onderzoek (zie hieronder) werd het vertrekpunt voor de vraag hoe de sociale omgeving van de jongvolwassene werkt. En die omgeving is enorm complex. Om deze toch goed te kunnen interpreteren maakte Slimmen gebruik van een sociaalecologisch model, waarin wordt beschreven hoe verschillende omgevingsniveaus, zoals de individuele, micro-, meso- en macroniveaus, invloed uitoefenen op gedrag en welzijn door de interacties tussen personen en hun sociale omgeving. “Op microniveau, dichtbij het individu, speelt het netwerk van familie en vrienden een rol in het welzijn”, legt Slimmen uit. “Iemand met waardevolle relaties en een hoge mate van ervaren steun kan beter omgaan met stress.” Op mesoniveau ziet hij dat het sociale klimaat op plekken zoals school belangrijk is. De sfeer die ergens hangt, bijvoorbeeld of mensen elkaar respectvol behandelen, beïnvloedt het welzijn aanzienlijk. Tot slot is er het macroniveau, waar wetgeving en culturele normen van invloed zijn.
Positieve sfeer
Slimmen ontdekte dat veel onderzoek zich richt op het microniveau: de relaties en de sociale vaardigheden ten opzichte van gezondheidsuitkomsten. Het gaat dan om de sociale vaardigheden, maar ook om de wederkerigheid en het vertrouwen in andere mensen; hoe hoger dat is hoe makkelijker iemand ook steun krijgt vanuit de omgeving. De effecten op mesoniveau zijn moeilijk aan te tonen, maar minstens zo interessant. “Het sociale klimaat blijkt een sterke factor. Een positieve sfeer bevordert het welzijn, terwijl een gespannen klimaat juist een risicofactor vormt.” Dit inzicht toont volgens Slimmen ook het belang aan van het goed onderhouden van de sociale sfeer in de hogeschoolomgeving.
In zijn onderzoek kwam hij op een verrassende bevinding over social media: “Er wordt vaak gezegd dat social media slecht zijn voor de mentale gezondheid, maar dit ligt genuanceerder. Sommige studies vinden negatieve effecten, maar er zijn ook onderzoeken die helemaal geen of zelfs positieve effecten vinden.” Het laat zien dat er geen eenduidige antwoorden zijn. De invloed van social media is afhankelijk van context en persoonlijke situatie.
"Welke sfeer zetten we neer en hoe ervaart de student dat?"
Monnikenwerk
In zijn systematic review nam hij 43 studies op en vond meer dan 280 verbanden tussen sociale omgevingsfactoren en mentale gezondheid. “Het was monnikenwerk”, vertelt Slimmen met een glimlach. “Veel tabellen, grote spreadsheets, kennismaking met AI en heel gestructureerd werken.” Dankzij die gedegen aanpak en heel wat avonden doorwerken, verzamelde hij belangrijke data die de basis zijn voor de verdere studies. Eén nieuw artikel - waarin met longitudinaal onderzoek de invloed van de Covid-19 pandemie op de copingstijlen en mentale gezondheid van jongvolwassenen wordt onderzocht - is momenteel onder review voor publicatie. Een ander artikel, over de wijze waarop de sociale omgeving op mesoniveau (sociale cohesie, gemeenschapsintegratie, instellingsstructuren) inspeelt op mentale gezondheid van jongvolwassenen verschijnt halverwege 2025. Hij ligt voor op schema en hoopt in 2026 te promoveren.
Praktische toepassingen voor de HZ
Slimmens promotieonderzoek heeft zowel direct als indirect waarde voor de HZ als kennisinstelling. Rode draad is dat veel staat of valt bij de voorbereiding, van zowel studenten als docenten. “Zo’n omgeving als een hogeschool pas je niet zomaar aan en de ervaring van een student is natuurlijk erg persoonlijk. Maar je kunt studenten wel vanaf de eerste stap die ze hier zetten vragen waaraan ze behoefte hebben. Ook kunnen we hen trainen in adaptieve copingstijlen en wat wij daarin als hogeschool van hen verwachten. Daarnaast is het belangrijk om te zorgen dat de sfeer goed is en goed blijft in opleidingsteams. En breder dan dat: zorgen dat de toegang tot studieloopbaancoaching overal goed gegarandeerd is.”
Dat het werkt op meerdere lagen, is wat Slimmen wil benadrukken: “Wat is ons aanbod, welke sfeer zetten we neer en hoe ervaart de student dat? En dat moeten we ook in de gaten blijven houden.” Tegelijkertijd geeft dat geen zekerheden. “We kunnen niet garanderen dat er door die fijne sfeer bijvoorbeeld meer vriendengroepen ontstaan. Of dat de student een beter netwerk krijgt. Dat heb je niet in de hand. Dat loopt zoals het loopt.”
Zijn expertise wordt in de hogeschool ook op meerdere lagen benut. Zo werkt Slimmen samen met het Student Success Centre (SSC) en denkt hij mee in diverse projecten rondom studentenwelzijn. Hij schetst een voorbeeld. “We trainen de studentbuddies en in die training gebruik ik context vanuit mijn bevindingen. Het idee van het SCC is om een community op te bouwen waarin peer-to-peer ondersteuning werkt. Zo leren studenten vaardigheden om beter om te gaan met dagelijkse stress en hun sociale relaties.”