Het profielwerkstuk (pws) biedt (havo)leerlingen in het voortgezet onderwijs de kans om te proeven van praktijkgericht onderzoek en aan de manier van werken in het hbo. In de praktijk blijkt dat echter vaak lastig: leerlingen zien het pws niet altijd als relevant voor hun vervolgopleiding en scholen vinden het niet altijd gemakkelijk om praktijkgericht onderzoek vorm te geven.

Daarom startte het Ostrea Lyceum in 2023–2024 in samenwerking met het lectoraat Excellence and Innovation in Education een pilot waarin 23 havo-5-leerlingen hun profielwerkstuk maakten onder begeleiding van zowel hun eigen docenten als HZ-docenten. Die samenwerking smaakte naar meer: inmiddels vormt een regionale groep scholen - CSW Van de Perre, het Goese Lyceum, Nehalennia en het Reynaertcollege - een leernetwerk dat samen werkt aan een stevige, toekomstgerichte invulling van het profielwerkstuk.

Tijdens een recent symposium georganiseerd vanuit dat leernetwerk konden docenten uit het voortgezet onderwijs inspiratie opdoen tijdens een onderzoeksmarkt en twee sessies over AI en praktijkgericht onderzoek. Met elkaar verkenden we ook nieuwe vormen van samenwerking. We vroegen een van de projectleiders, Riaan Lous, onderwijsadviseur binnen het technisch domein van HZ, wat deze aanpak heeft opgeleverd en wat de volgende stap wordt.

Hoe heb je de ontwikkeling van dit project ervaren?

“In het begin kregen we losse vragen van verschillende scholen in het voortgezet onderwijs: hoe werkt onderzoek in het hbo eigenlijk, en hoe vertalen we dat naar het profielwerkstuk? Die vragen waren vergelijkbaar, maar iedereen stelde ze vanuit zijn eigen eilandje.

Nu, drie jaar later, zie ik dat scholen in het voortgezet onderwijs meer samen nadenken over wat een goed pws is en welke onderzoekstaal daarbij hoort. Het gesprek is breder geworden. We hebben met elkaar een gedeelde taal ontwikkeld die past bij zowel het vo als het begin van het hbo. Dat is misschien wel de grootste winst.”

Wat maakt deze aanpak zo krachtig?

“Het belangrijkste is dat we elkaars taal leren spreken. We hoeven het niet allemaal op dezelfde manier te doen, maar we begrijpen elkaar nu veel beter. Door samen te werken word je zelf ook scherper: je hoort andere perspectieven en dat tilt het niveau omhoog.”

Wat kan er nog beter?

“Er is veel welwillendheid, maar het zou helpen als we - vo en hbo - af en toe echt tijd kunnen vrijmaken om een paar dagen de diepte in te gaan. Even weg van de waan van de dag. Ik denk ook dat het project sterker wordt als er nog meer mensen van de opleidingen binnen HZ aansluiten. Niet alleen projectleiders, maar juist ook collega’s die veel lesgeven in de eerste twee jaar van onze opleidingen. Dat levert een gelijkwaardiger gesprek op met het vo.

Die interne reflectie is belangrijk voor de toekomst: hoe sluiten opleidingen en lectoraten beter op elkaar aan, en hoe kan het vo daarvan profiteren?”

Welke inzichten uit het symposium neem je mee?

Met opleidingen in de HZ spreek ik vaak over ‘beroepsproducten’ als bewijsmateriaal voor competent gedrag van studenten. De vraag is dan vaak: ‘Voor wat wordt de beginnend professional betaald in het beroep waartoe je opleidt?’ De beroepsproducten die daar methodisch en systematisch uitkomen, en waarvoor de student dus onderzoekend vermogen moet aanspreken, kun je in vijf categorieën verdelen: analyse, advies, ontwerp, fabricaat en handeling. Het hanteren van die vijf categorieën werkt ook verrassend goed in het vo: ze geven inspiratie en houvast voor wat een leerling als ‘praktische component’ kan opleveren met zijn pws. Dat die indeling zowel in het vo als binnen HZ bruikbaar is, helpt enorm voor het gesprek tussen beide werelden.

Daarnaast merk ik dat het vo nieuwsgierig is naar wat er binnen HZ gebeurt: naar praktijkgericht onderzoek, naar laboratoria en faciliteiten, naar voorbeelden van projecten. Dat enthousiasme laat zien dat we als regio kansen hebben. Ook sluit het mooi aan bij onze rol als kennispartner in de regio. Veel pws-onderwerpen raken daarnaast aan maatschappelijke opgaven, soms zonder dat leerlingen dat zelf doorhebben. Door ze toegang te bieden tot onze kennis en plekken, help je leerlingen groeien én werk je samen aan regionale vraagstukken.”

Hoe droeg de onderzoeksmarkt bij aan het gesprek tussen vo en hbo?

“Je zag mensen echt ontdekken wat praktijkgericht onderzoek inhoudt. Docenten realiseerden zich dat het geen ver-van-hun-bed-show is. Het bood concrete voorbeelden en liet zien: zo werkt het in het hbo, zo ziet een onderzoeksgroep eruit, zó kun je samenwerken.

Ik zie kansen om dit groter te maken: een gebouw dat bruist van onderzoek, waarin HZ-opleidingen, -lectoraten én leerlingen uit het vo laten zien wat ze doen. Dat past bij onze ambitie van een bruisende community: een plek waar verschillende groepen — onderzoekers, hbo- en vo-docenten, studenten en leerlingen — elkaar ontmoeten en van elkaar leren. Wanneer leerlingen uit het vo hun werk kunnen tonen, vragen kunnen stellen of even kunnen meekijken in onze labs, ontstaat precies dat soort uitwisseling. Het symposium liet zien dat die behoefte er duidelijk is. Dat geeft richting voor de volgende fase van het project.”

Wat wordt de volgende stap?

“We willen de verbinding met andere processen binnen HZ versterken, zoals loopbaanoriëntatie. Denk aan linkjes met de HBO Experience: die is ontstaan als een kijkje in de keuken, op hbo-beginniveau, van praktijkgericht onderzoek doen. Dat kan juist inhoudelijke gesprekken met leerlingen en enthousiasme faciliteren en helpt om de juiste leerling op de juiste plek te krijgen — waar dat dan ook is.

Daarnaast willen we de opbrengsten van dit project breder delen. Halverwege instromen van nieuwe scholen in een lopend proces is misschien wat onhandig, maar ze kunnen wél profiteren van wat we ontwikkelen. Dat is hoe we als regio impact maken.”

Wil je meer weten over beroepsproducten? Riaan verwijst hiervoor naar een uitgave van het lectoraat Methodologie van praktijkgericht onderzoek van de Hogeschool Utrecht: dr. Daan Andriessen – Praktisch relevant én methodologisch grondig? Dimensies van onderzoek in het hbo. Openbare les 10 april 2014.