Ga naar hoofdinhoud

Na twee jaar loopt de Werkplaats Onderwijs-Onderzoek Hoogbegaafdheid Zeeland eind 2026 af. Wat heeft de samenwerking opgeleverd, wat kunnen onderwijsprofessionals verwachten van het slotsymposium 'Van signaleren naar floreren' en hoe gaat de opgebouwde samenwerking verder? Kernteamleden Simone Polderdijk, Maureen van Hee en Ilona Snoep blikken terug én vooruit. 

De werkplaats heeft onderwijs en onderzoek met elkaar verbonden. Wat is voor jullie de belangrijkste opbrengst geweest? 

Ilona: De verbinding tussen de verschillende eilanden en onderwijskolommen. Vanuit het primair onderwijs hebben we meer inzicht gekregen in wat er in het voortgezet onderwijs gebeurt en andersom. We weten beter van elkaar welke kennis en kunde er is. Er is minder een wij-zijgevoel en meer het besef: we doen het met zijn allen. 

Maureen: Precies. Er zijn duurzame relaties ontstaan. We werkten toch allemaal een beetje op ons eigen eilandje. Directeuren van voltijd hoogbegaafdheidsscholen overleggen nu bijvoorbeeld met elkaar en gaan bij elkaar kijken. Zelf heb ik ook contacten met collega’s buiten mijn eigen regio. Zo kunnen we echt van elkaar leren. 

We hebben daarnaast knelpunten gesignaleerd die meer aandacht en onderzoek verdienen. Denk aan de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs en specifiek van voltijd hoogbegaafdheidsonderwijs naar het reguliere vo. 

Simone: Voor mij is ook de doorstart in het nieuwe leernetwerk een mooie opbrengst. En dat we samen de tijd hebben genomen om verdieping te zoeken. Waar lopen we tegenaan en hoe kunnen we dat op een goede manier aanpakken? In de dagelijkse gang van zaken in het onderwijs is daar vaak weinig tijd voor. 

Als een Zeeuwse onderwijsprofessional dankzij de werkplaats morgen één ding anders zou doen, wat hopen jullie dan dat dat is? 

Ilona: Dat het kind wordt gezien en niet op voorhand wordt veroordeeld. Dat een leraar wil onderzoeken: wat kan er wél? 

Maureen: Er bestaan in de praktijk nog steeds vooroordelen over hoogbegaafdheid. Je hoort bijvoorbeeld: ‘Hij moet eerst maar eens laten zien dat hij het kan.’ Ik hoop dat we zonder zulke vooroordelen naar een leerling kunnen kijken. Pas dan sta je echt open voor wat een kind nodig heeft. 

Ilona: Gelukkig zie ik daarin wel verandering. Er zijn verschillen tussen scholen, maar de algemene tendens is volgens mij positief. 

Maureen: Dat zie ik ook. Mensen staan er meer voor open om de andere kant van het verhaal te horen. Kennis is daarin belangrijk.  

Twee speerpunten

Er waren twee speerpunten: de doorgaande lijn en het meekrijgen van collega’s. Is daarin vooruitgang geboekt? 

Maureen: De deelnemende scholen hebben die doorgaande lijn beter in beeld en er zijn al aanpassingen gedaan.  

In het eerste jaar hebben we aan de hand van het boek Hoe dan?! Pakkend onderwijs voor begaafde leerlingen van Anouk Bakx kennissessies georganiseerd waar deelnemers ook collega’s voor konden uitnodigen. Aan de hand van die kennissessies hebben we de deelnemers uitgenodigd om na te denken over de visie van hun bestuur of stichting op hb en over hoe je mensen daarin meekrijgt. Tegelijkertijd blijft het een uitdaging om leraren duurzaam aan een onderwerp als hoogbegaafdheid te verbinden. In het onderwijs zijn er altijd veel onderwerpen die aandacht vragen en leraren die zich extra inzetten, doen dat vaak op meerdere terreinen. 

Op 30 november is het slotsymposium 'Van signaleren naar floreren'. Hoe past dat in dit proces? 

Maureen: We hebben de afgelopen twee jaar hard gewerkt. Eerst aan de vraag wie we met elkaar zijn en hoe we willen werken, daarna in professionele leergemeenschappen aan onderwerpen die ons aan het hart gaan. Daarbij hebben we onderzoeksmatig gewerkt en ook stappen gezet in de implementatie. Het symposium is een mooie afsluiting, maar tegelijkertijd een doorstart. Het is niet alleen een einde, maar ook een nieuw begin. 

Ilona: Ik zie het als een knooppunt. We willen laten zien waar we vandaan komen, wat we hebben onderzocht en waartoe dat heeft geleid. Maar ook dat we er nog niet zijn en verder willen. 

Simone: We willen inspireren en verbinden. In de werkplaats hebben we over de onderwijskolommen heen nagedacht over heel concrete vragen. Hoe kunnen we bijvoorbeeld de juiste denkvragen stellen bij het reguliere aanbod in de klas? En op welke manier kunnen we peergroups op de middelbare school inzetten? Zulke vragen hebben we onderzoeksmatig bekeken. Tijdens het symposium gaan we daar graag over in gesprek. 

Waarom heet het symposium 'Van signaleren naar floreren'? 

Ilona: Hoogbegaafdheid signaleren lukt vaak wel. Maar daarmee is een kind nog niet geholpen in zijn ontwikkeling en zit het ook niet automatisch beter in de klas. De volgende vraag is: wat kun je als school doen om ervoor te zorgen dat een leerling daadwerkelijk kan floreren? 

Daarbij gaat het uiteindelijk om een bredere vraag. Of je nu signaleert dat een kind dyslexie, autisme, epilepsie of een hoog of laag IQ heeft: daarna moet je nadenken over hoe de school, de groep en het kind kunnen floreren. 

Maureen: Inclusief onderwijs speelt daarin een belangrijke rol. Hoe verhoudt hoogbegaafdheid zich tot de rest van de klas en de school? Hoe kun je er in je gewone lessen mee omgaan, zodat de leeromgeving als geheel inclusiever wordt? Het symposium gaat dus niet over kenmerken of modellen van hoogbegaafdheid. Je hébt iets gesignaleerd, je hebt te maken met een bepaalde schoolsituatie die je niet volledig kunt aanpassen – hoe ga je dan verder? 

De samenwerking gaat verder

De werkplaats stopt, maar de samenwerking gaat verder in een nieuw leernetwerk. Wat houdt dat in? 

Ilona: Het leernetwerk heet Halen & Brengen – afgekort ‘hb’ – en is bedoeld voor professionals uit het po, vo, mbo en hbo. De naam zegt eigenlijk precies wat we willen: deelnemers kunnen kennis en ervaringen halen én brengen. Daarnaast willen we ruimte maken voor intervisie en onderzoek. 

In verschillende Zeeuwse regio’s komen leernetwerken. De kartrekkers daarvan houden onderling contact, samen met mensen uit het hoogbegaafdheidsonderwijs. Zo kunnen we de relaties die de afgelopen jaren zijn opgebouwd vasthouden en verder versterken. 

Rianne en Maureen hebben een Handreiking Lerende Netwerken voor ECHA/RITHA-specialisten geschreven voor het op- en inrichten van een eigen professioneel netwerk. Welke inzichten zou je hieruit in het zonnetje willen zetten?    

Maureen: Vooral: heb geduld. In het eerste jaar probeerden we een paar keer samenwerking in kleinere groepen op te zetten, maar dat lukte nog niet. Mensen kenden elkaar onvoldoende en zaten in verschillende fases. We hebben in het begin ook werkvormen uitgeprobeerd die niet zo aansloegen. Pas na ongeveer een jaar merkten we: nu zijn we echt een groep en kan dit. Een netwerk heeft tijd nodig om te groeien dus het is echt nodig om geduld voor en met elkaar te hebben. 

Ilona: Ik heb de Handreiking gelezen voor het leernetwerk H&B en eruit meegenomen dat het belangrijk is dat deelnemers weten waarom ze er zijn en welke verantwoordelijkheid ze hebben. Wat willen we samen bereiken? Waar willen we naartoe? Vanuit die vragen kun je de gezamenlijke inhoud bepalen. 

Blijvend van elkaar leren

Waar hopen jullie dat Zeeland over vijf jaar staat als het gaat om onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen? 

Maureen: Ik hoop dat de relaties tussen de eilanden en tussen de verschillende onderwijskolommen dan nog steeds bestaan en dat we blijvend met en van elkaar leren. Vooral de aansluiting tussen po en vo vind ik belangrijk. En hopelijk zijn mbo en hbo tegen die tijd structureler aangehaakt. 

Ilona: En het zou fantastisch zijn als ook de kinderopvang erbij betrokken is. Uiteindelijk gaat het om een doorgaande lijn en om gebruikmaken van elkaars expertise. 

Simone: de lerende mindset die Ilona en Maureen hebben, draagt bij aan onderwijsontwikkeling. Dat werkt inspirerend. Uiteindelijk gaat het er namelijk om dat niet alleen de leden van het netwerk maar de gehele schoolorganisatie aanhaakt. Ik hoop dat over vijf jaar de leerlingen hier de vruchten van plukken, omdat er structurele en duurzame verbindingen over de onderwijskolommen heen zijn ontstaan.   

Wie belangstelling heeft voor het nieuwe leernetwerk Halen & Brengen of wil onderzoeken of deelname iets voor hem of haar is, kan contact opnemen via kerngroep.halenenbrengen@swvkindop1.nl. 

Initiatiefneemster Rianne van der Feen maakte in het laatste jaar geen deel meer uit van het kernteam, maar bleef als deelnemer betrokken bij de werkplaats. We bedanken haar voor haar initiatief, enthousiasme en betrokkenheid.