Ga naar hoofdinhoud

Katrijn van Goethem is leerjaarcoördinator, voorzitter van de examencommissie, coach en docent geschiedenis op het Reynaert College in Hulst, een school in Zeeuws-Vlaanderen.

Daarnaast was ze de afgelopen jaren docent-onderzoeker bij het lectoraat Motiverende leeromgevingen van Petra Poelmans. Vanaf komend schooljaar verschuift haar focus volledig naar onderzoek doen: Katrijn wordt namelijk de eerste Professional Doctorate (PD’er) van het lectoraat Excellence and Innovation in Education.
Katrijn gaat onderzoeken hoe een educatieve praktijkroute voor havo- en vwo-leerlingen kan bijdragen aan toekomstbestendig onderwijs in Zeeland. In zo’n route combineren leerlingen theorie met praktijkervaring in het onderwijs zelf.

Wat drijft haar? En wat kan dit betekenen voor scholen in de regio? Lees hieronder een interview met haar.

Je combineerde de afgelopen jaren meerdere rollen op school met onderzoek. Hoe ging dat?

“De afgelopen vier jaar was ik docent-onderzoeker bij het lectoraat Motiverende leeromgevingen. Dat gaf me de kans om praktijkgericht onderzoek te doen, samen met collega’s uit verschillende Zeeuwse vo-scholen. We kwamen maandelijks bijeen: voor gezamenlijk onderzoek én voor onze eigen projecten. Die combinatie werkte inspirerend. Mijn interesse in onderzoek heb ik sinds mijn studietijd. Het thema motivatie sprak me extra aan, omdat ik daar in mijn lessen direct mee te maken heb. Dat maakte het onderzoek niet alleen interessant, maar ook meteen bruikbaar.”

Merkten leerlingen daar iets van?

“Zeker. In mijn lessen benadruk ik dat leerlingen niet alles zomaar moeten aannemen, maar zelf onderzoekend moeten zijn. Dat enthousiasme breng je over. Ook heb ik leerlingen betrokken bij mijn onderzoek, bijvoorbeeld via vragenlijsten en gesprekken. Ze vonden het waardevol dat hun mening serieus werd genomen. Daarnaast coördineer ik de begeleiding van profielwerkstukken, waarbij ik mijn eigen ervaringen inzet – bijvoorbeeld met het goed bijhouden van bronnen. Voor mijn onderzoek heb ik me verdiept in kenmerken van motiverende plusopdrachten voor hoogbegaafde leerlingen. Die inzichten zijn breder toepasbaar en ik heb daarover ook een workshop gegeven aan collega’s. We werken er nu naartoe om de kennis over motivatie in het algemeen structureel te borgen binnen het havo/vwo-team.”

Je start binnenkort als PD’er. Wat ga je onderzoeken?

“Ik ga een praktijkeducatieroute opzetten voor havo- en vwo-leerlingen, voor havoleerlingen binnen havo-P en voor vwo-leerlingen in een module. Op het Reynaert college hebben we wel al een praktijkroute op het vmbo-t maar nog niet voor deze doelgroepen. In deze route krijgen leerlingen een actieve rol in het onderwijs. Denk aan ondersteunen bij lessen, begeleiden van leerlingen of meewerken aan projecten. Misschien zelfs projecten ontwikkelen als ze wat verder zijn. Het gaat verder dan een korte kennismaking: leerlingen ervaren echt hoe het is om in het onderwijs te werken.”

Wat is het grotere doel daarachter?

“We hebben een tekort aan leraren: in het vo is dat 5,8 procent en de regio kent extra uitdagingen als vergrijzing en geografische spreiding. Collega’s moeten hierdoor veel opvangen en overwerken en sommige vakken worden niet meer of verdund gegeven. Met de praktijkeducatieroute wil ik collega-docenten verlichting bieden én tegelijkertijd leerlingen laten snuffelen aan ons mooie vak, zodat ze misschien wel voor de lerarenopleiding kiezen en we een duurzamere instroom van nieuwe leraren creëren. Op dit moment ligt in Zeeland de doorstroom naar de pabo en een tweedegraads lerarenopleiding namelijk lager dan het landelijk gemiddelde. Van het Reynaert bijvoorbeeld waren dat er vorig schooljaar maar drie: twee naar de pabo en een naar een tweedegraads lerarenopleiding. Tot slot kan deze route voor leerlingen ook motiverend werken, omdat ze leren en doen combineren.

Hoe betrek je andere partijen, zoals pabo en lerarenopleidingen?

“In eerste instantie start ik kleinschalig op mijn eigen school. Daarna wil ik de opgedane kennis en ontwerpprincipes delen met andere scholen in Zeeland, zodat ze kunnen werken aan een praktijkeducatieroute voor hun eigen onderwijscontext. Samenwerking met opleidingen, scholen en de Zeeuwse Onderwijsregio is essentieel. In eerste instantie denk ik aan kennisuitwisseling, bijvoorbeeld helpen bepalen welke vaardigheden leerlingen nodig hebben en wat juridisch mogelijk is. Daarnaast zie ik kansen voor uitwisseling: studenten en leerlingen kunnen van elkaar leren, bijvoorbeeld via stages of gezamenlijke projecten. Dat contact zorgt misschien ook wel voor meer doorstroom naar lerarenopleidingen.”

Hoe wordt er op je plannen gereageerd?

“Collega’s zijn geïnteresseerd en denken kritisch mee. Dat is belangrijk. Tegelijkertijd speelt de vraag: hoe organiseren we dit naast de bestaande werkdruk? Dat is terecht. We zullen stap voor stap moeten bouwen en zoeken naar wat haalbaar is.

Leerlingen reageren overwegend enthousiast. Ze missen nu vaak praktijkervaring en geven aan behoefte te hebben aan stages of realistische oriëntatie. Zelfs leerlingen zonder onderwijsambities staan open voor deze route, juist om te ontdekken of het bij hen past. Wel willen de leerlingen duidelijk weten wat die route hun zou opleveren, dus wat ze ervan zouden leren. ”

Wat maakt dat dit onderzoek juist voor Zeeland relevant is?

“Het lerarentekort speelt natuurlijk in heel Nederland, maar de uitdagingen zijn in Zeeland en zeker in Zeeuws-Vlaanderen extra zichtbaar. Door de geografische ligging werken scholen soms relatief geïsoleerd. Dit project kan juist verbinding creëren. We hebben een gedeeld belang: goed en toekomstbestendig onderwijs in de regio. Door samen te werken kunnen we sterker staan en duurzame oplossingen ontwikkelen.”

Wanneer is je onderzoek geslaagd?

“Als meerdere vo-scholen in Zeeland een eigen variant van een educatieve praktijkroute hebben. En als leerlingen daardoor bewuster kiezen voor het onderwijs of in ieder geval waardevolle ervaring opdoen. Zelfs als ze geen leraar worden, leren ze vaardigheden die breed inzetbaar zijn.”

Waar kijk je het meest naar uit in dit onderzoekstraject?

“Ik heb er heel veel zin in maar waar heb ik nu het meeste zin in? Toch wel in die verdieping denk ik. Ik vind het een voorrecht dat ik zo veel tijd krijg (vier jaar lang vier dagen in de week) om mogelijk een verandering teweeg te brengen, eerst op de school waar ik al sinds mijn twaalfde rondloop, eerst als leerling, toen als stagiair en nu werk ik er alweer dertien jaar, en later hopelijk in de hele regio. Ik zal alleen maar daarmee bezig zijn en kan er helemaal in duiken. Dat is bijzonder.”

Wat zou je collega-docenten willen meegeven die ook willen vernieuwen?

“Blijf niet alleen met je ideeën rondlopen. Zoek je directe collega’s en leidinggevenden op en zoek met elkaar naar ruimte om aan de slag te gaan. Je hebt ontwikkeltijd, wie weet kun je daarbinnen iets doen. Verandering in een school kun je niet in je eentje bewerkstelligen. Je kunt een aanjager zijn maar je hebt altijd je collega’s nodig om iets te laten slagen. Door de aard van ons vak, in je eentje in een lokaal voor de groep staan, zijn leraren vaak gewend om individueel te werken, waardoor je niet weet wat anderen bezighoudt, maar de kracht zit in de verbinding. Zoek elkaar dus op en start een onderzoeksgroep, sluit je aan bij al een bestaande werkgroep of onderzoek of er vacatures zijn bij een lectoraat.”