Ga naar hoofdinhoud

Het aantal onderzoekspartners van hogescholen is in de afgelopen tien jaar vertienvoudigd. Het netwerk bestaat uit 64.000 partners. Daarmee zijn hogescholen een kernspeler op het gebied van innovatie.

Dit blijkt uit een netwerkanalyse van Birch in opdracht van de Vereniging Hogescholen. Het bureau heeft gekeken naar de periode tussen 2015 en 2024. Bijzonder is dat hogescholen bij uitstek het mkb goed weten te bereiken. Driekwart van de 64.000 partners is een midden- en kleinbedrijf. “Voor het mkb is de hogeschool vaak de research-and-development-partner om de hoek: goed bereikbaar, snel en praktisch”, zegt Maurice Limmen, voorzitter van de VH. De middelen die hogescholen krijgen voor het praktijkgericht onderzoek blijven achter bij de groei. “Daardoor komt dit onderzoek onder druk te staan, met directe gevolgen voor het verdienvermogen van ondernemers. We moeten praktijkgericht onderzoek structureel financieren. Anders komen juist de bedrijven die willen vernieuwen steeds verder achteraan te staan.”

Factor tien

Hogescholen krijgen ongeveer een twintigste van wat universiteiten krijgen voor onderzoek. Het bedrag is in de afgelopen tien jaar met een factor drie gegroeid, tegen een groei van het aantal partners van factor tien. Om projecten toch mogelijk te maken en de groeiende vraag op te vangen, zetten hogescholen elk jaar een deel van hun onderwijsmiddelen in voor onderzoek. Dit wordt vrijwel onmogelijk als de demografische krimp doorzet en de onderwijsbekostiging (nog) meer onder druk komt te staan.

Structurele financiering

De VH pleit voor extra structurele financiering voor de hogescholen, zodat zij de groeiende vraag van grote en klein(ere) bedrijven, maatschappelijke organisaties en publieke instellingen aan kunnen. Het praktijkgericht onderzoek is een krachtige motor voor innovatie, groei van productiviteit en regionale ontwikkeling. De hogescholen zorgen met het onderzoek voor direct toepasbare innovaties. Extra geld geeft hogescholen de ruimte om hun bijdrage aan economische ontwikkeling te vergroten en kennis nog sneller terug te laten vloeien naar het onderwijs.

Cijfers

Van de 64.000 partners zijn er zo’n 50.000 uniek. De beroepspraktijk is goed voor 90 procent van het netwerk, 73 procent zijn bedrijven. De rest zijn publieke instellingen en maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen. Voor meer cijfers, zie de infographic hieronder.