Ga direct naar

FRAMES: Ontwikkeling van meerlaagse waterveiligheid in de Noordzee regio

Ontwikkeling van meerlaagse waterveiligheid in de praktijk vraagt om adaptief vermogen; geleerde lessen uit een lerende evaluatie van pilotprojecten in de Noordzee regio

Lerende evaluatie over meerlaagse waterveiligheid
In veel Europese landen zijn dijken en andere waterkeringen het voornaamste middel om de samenleving te beschermen tegen overstromingen. Hoewel het voorkomen van een overstroming de beste remedie is, komen ze desondanks regelmatig voor met grote gevolgen voor de samenleving. Er is daarom bij overheden steeds meer aandacht voor het beperken van overstromingsgevolgen. Bijvoorbeeld door in de ruimtelijke inrichting van gebieden rekening te houden met de omvang van overstromingen en door de voorbereiding op rampen in de samenleving te verbeteren. En hoewel dit wellicht logisch en eenvoudig klinkt, is het in praktijk brengen van deze ‘meerlaagse veiligheid’ complex. Dit komt doordat een transitie naar een nieuwe aanpak een cultuurverandering vereist, waarbij bestaande actoren hun zienswijze dienen aan te passen en nieuwe actoren het speelveld betreden, ieder met eigen verantwoordelijkheden, belangen, kennisniveau en daarop gebaseerde standpunten en motivatie.Samenwerking tussen deze actoren is nodig, maar niet vanzelfsprekend. Iedere cultuur heeft zijn eigen historie en taal, die leidt tot een uitdaging in het elkaar begrijpen en effectief kunnen samenwerken. Een verandering in cultuur vereist dus een zeker vermogen tot aanpassing van overheden, lokale stakeholders en de samenleving als geheel. In de wetenschappelijke literatuur wordt dit aanpassingsvermogen ook wel ‘adaptieve capaciteit’ genoemd.

Dit concept is door de onderzoeksgroep Resilient Deltas toegepast in het Europese project FRAMES (Flood Resilient Areas by Multi-layEred Safety, Interreg North Sea Region). In FRAMES is door overheden en kennisinstituten uit vijf landen rondom de Noordzee (België, Denemarken, Duitsland, Engeland en Nederland) samengewerkt. In de periode tussen 2016-2020 zijn in totaal 16 pilotprojecten uitgevoerd met als doel om te leren hoe verschillende maatregelen tegen overstromingen in praktijk gebracht kunnen worden. Om lessen te kunnen trekken is door de betrokken kennisinstituten een ‘lerende evaluatie’ uitgevoerd.

Kleine stapjes in een transitie naar een meerlaagse waterveiligheidsstrategie De diverse pilotprojecten hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van adaptieve capaciteit van zowel overheden als lokale stakeholders in de pilotgebieden. Het adaptief vermogen ontwikkelt zich in de vorm van nieuwe kennis, versterking van relaties tussen partijen en verbetering van beleid en afspraken. Er blijkt bij de betrokken partijen niet zozeer behoefte aan de ontwikkeling van nieuwe type maatregelen. Deze zijn veelal gekend. De uitdaging zit vooral om deze in de praktijk te kunnen brengen.. Ondanks de onzekerheden met betrekking tot de snelheid en impact van klimaatverandering voor de toekomst, is er meer behoefte aan gezamenlijk leiderschap dan visionair leiderschap. Uit het leerproces blijkt dat veel pilotprojecten gericht zijn op het in samenhang realiseren van kleine verbeteringen, in plaats van het systeem in één keer in zijn geheel te willen veranderen. In pilotprojecten is gewerkt aan het verbinden van waterveiligheid met de samenleving. Dit heeft geleid tot nieuwe kennis en tools om de betrokkenheid bij waterveiligheid te vergroten. Voor een waterrobuuste gebiedsinrichting is het van belang gezamenlijk plannen te maken met die partijen waarvan wordt verwacht dat zij gevolgen beperken of waarmee gezamenlijk integrale doelen kunnen worden behaald. Vitale infrastructuur betreft een voorbeeld voor het beperken van gevolgen door in samenwerking met waterveiligheidsexperts risicoanalyses uit te voeren voor vitale assets. In Engeland en Vlaanderen is de meerlaagse benadering gecombineerd met natuurlijk overstromingsmanagement, landschapsbeheer en stedelijke ontwikkeling. Met oog op klimaatverandering, is het verstandig deze plannen aan te kunnen passen aan veranderende omstandigheden – in wetenschappelijke termen ‘adaptieve planning’ genoemd. Het is bovendien verstandig om acties gericht op het beperken van gevolgen in samenhang te bezien met een optimaal mogelijk herstel van de samenleving na een crisis.

De pilotprojecten hebben geleid tot kleine stapjes vooruit in de ontwikkeling van een toekomstbestendige waterveiligheidsstrategie in de deelnemende regio’s. De opgebouwde adaptieve capaciteit kan de betrokken overheden en stakeholders ondersteunen bij het verder opschalen van de pilot projecten. Op basis van de geleerde lessen uit FRAMES is door de HZ gewerkt aan een afwegingskader (decision support system), toolkit en een overzicht van praktijkvoorbeelden van meerlaagse waterveiligheid in diverse Europese landen. De ontwikkelde kennis, geleerde lessen en producten zijn te vinden op de door de HZ ontwikkelde FRAMES wiki: www.frameswiki.eu

Samen werken aan regionale opgaven in Zeeland Samen met Provincie Zeeland, Veiligheidsregio Zeeland, Rijkswaterstaat Zee en Delta en lokale partners heeft de HZ ook gewerkt binnen twee van de pilotprojecten: een risico-analyse van de vitale infrastructuur in Reimerswaal (dijkring 31) en een onderzoek naar evacuatiemogelijkheden in Zeeland  en in het bijzonder de 'badkuip van Ritthem’

Voor de pilot Reimerswaal heeft de onderzoeksgroep vanuit het project Vitale infrastructuur in de veerkrachtige delta praktijkgerichte kennis en de tool Vitale Assets aangeleverd. Vanuit een unieke samenwerking tussen vitale infrastructuur managers en waterveiligheidsdeskundigen zijn in een pilotproject van Provincie Zeeland door Witteveen+Bos maatregelen uitgewerkt voor een overstromingsbestendige vitale infrastructuur.

In een ander pilotproject van Provincie Zeeland is er onderzoek gedaan naar de evacuatiemogelijkheden in de zogenaamde ‘badkuip van Ritthem’. Bij een overstroming vanuit de Westerschelde kan dit gebied, waarin wijken van Middelburg, Vlissingen en het dorp Ritthem liggen, tot 5 meter diep overstromen. Provincie Zeeland heeft hiervoor de (on)mogelijkheden van het Sloegebied als evacuatiehub laten onderzoeken door HKV Lijn in Water. De HZ heeft onderzoek gedaan naar de beleving van overstromingen en het draagvlak voor verticale evacuatie (een hooggelegen schuilplaats zoeken in de eigen woning of directe omgeving). Naast een vragenlijstenonderzoek in de gehele provincie Zeeland zijn vraaggesprekken georganiseerd met inwoners in de badkuip van Ritthem om inzicht te krijgen in hun afwegingen. Uit het HZ onderzoek blijkt een sterke behoefte aan actieve overheidscommunicatie over overstromingsrisico's en evacuatiestrategieën die passen bij de lokale situatie.

Nieuwe kennis en kunde voor toekomstige water managers Studenten van de HZ hebben actief bijgedragen aan de ontwikkelde kennis in het project. Studenten van de opleiding Delta Management zijn op excursie geweest en hebben de gebieden in kaart gebracht. De geleerde lessen van FRAMES komen ook weer terug in de opleidingen van de HZ. Bijvoorbeeld in de cursus Risk Management van het eerste jaar Water Management leren studenten over overstromingsrisico’s en diverse mogelijkheden om deze te beperken. Studenten van de Master River Delta Development gebruiken de ontwikkelde kennis en aanpak in Living labs om te werken aan transities naar een klimaatbestendige delta.

Groepsfoto Frames Wesermarsch

Met een financiële bijdrage van

Frames New Logo